|
Onlogische standpunten, gedragingen en reacties van anderen behoren tot een van de moeilijkst op te lossen raadsels voor hoogbegaafden. Waarom moeilijk? Omdat ze zich volkomen onverwacht aandienen en niet effectief met logische tegenargumenten te bestrijden te zijn.
Bij een onlogisch standpunt wil je misschien met argumenten aantonen dat andermans redenering niet klopt. Daarbij stel je je voor, dat als je diegene wijst op de eigen denkfouten, hij meteen in staat zal zijn de eigen visie te laten varen om je verbeterde, waterdichte versie (dankbaar) te omarmen. Dat is immers iets wat jij wél zou doen, als iemand zou kunnen aantonen dat je ernaast zit. Toch leert de ervaring dat een rationele, zuiver op inhoud gerichte benadering alleen maar irritatie bij de ander oplevert en teleurstelling bij jou.
‘Waarom een appel mét wormpje eten, als ik je nu een gave appel aanbied?’ Voor jou is het onbegrijpelijk dat iemand bewust kiest voor iets wat aantoonbaar faliekant is. Voor de andere betrokkene is het onbegrijpelijk waarom je er zo’n punt van maakt, en kan het zelfs buitengewoon pijnlijk zijn om op een denkfout betrapt te worden. Het lijkt net alsof het wormpje in de appel niet voor beiden evenveel weegt.
Hoeveel weegt eigenlijk zo’n wormpje? De meeste hoogbegaafden die ik ken zijn meesters in logisch denken.Vaak wordt de nadruk op de rol van logisch denken gebruikt als reddingsboei in moeilijke tijden. Maar logisch denken is vooral het favoriete kunstwerk van eigen hand, de ruimste speelplaats, en voor sommigen zelfs een beproefde versiertruc: letterlijk pure schoonheid dus, in die zin.
Het zit ’m in het verschil van gewicht. Anders dan bij hoogbegaafden gaat het bij de meeste mensen helemaal niet om het leveren van een ‘kunstwerk’ of om het spelen met gedachten. Extra intelligente mensen kunnen, als ze dat willen, eigen emoties en behoeften (tijdelijk) wegcijferen en abstract blijven denken, zelfs wanneer die emotieloosheid in sociaal opzicht tegen ze werkt. Als je wilt begrijpen en begrepen wilt worden, is de kunst je af te vragen van waaruit een ander op dat moment spreekt, anders dan vanuit abstract, logisch denken. Je zult dan ontdekken dat logica niet voor iedereen voorrang heeft als expressiemiddel.
Wat speelt er bij ‘de meeste mensen’ dan mee? Veel. Het is summier terug te brengen tot twee sturende krachten: angst en/of al dan niet onderkende behoeften. Als je erop gaat letten, zul je zien dat werkelijk álles in menselijke gedragingen te herleiden is tot een van beide, dus zelfs het innemen van een onlogisch standpunt.
Ook voor onlogisch gedrag kun je bijna altijd een logische reden vinden. Het zoeken naar de mogelijke redenen gaat sneller als je je richt op: 1. de eigenschap die op dat moment ‘geëtaleerd’ wordt; 2. de angst waartegen die eigenschap bij wijze van tegengif wordt ingezet; 3. de waarde die deze eigenschap op dat moment voor die persoon vertegenwoordigt.
Een voorbeeld. Stel je voor dat je op een dag incoherent gedrag bij iemand opmerkt. Hij doet anders dan anders en gaat zich bijvoorbeeld ‘grappig’ gedragen. Als je geen directe aanleiding voor die houding kunt vinden, betitel je het misschien als onlogisch – wat dan de weg naar ‘onecht’, dus ‘onbetrouwbaar’ opent. Maar als je die (naar je gevoel) misplaatste humor bekijkt in het licht van ‘angst en behoeften’, kun je wat anders bedenken. Je zou kunnen denken aan een poging om bijvoorbeeld de angst te onderdrukken saai gevonden te worden. Hieronder volgt een willekeurig lijstje van onbewust of bewust ‘geëtaleerde eigenschappen’ en een even willekeurige lijstje met mogelijk erbij horende angstige gedachten. 1. Humor – ‘Ze vinden me saai.’ 2. Vriendelijkheid – ‘Ik was laatst een beetje kortaf.’ 3. Betrouwbaarheid – ‘Straks geloven ze me niet meer.’ 4. Kennis van zaken – ‘Ik werd net als een onbenul neergezet.’ 5. Ervaring – ‘Ik loop hier al veel langer rond dan zij.’
Het gaat er niet om dat je die éne correcte gedachte vindt, die een anders onverklaarbare gedrag bepaald heeft. Het gaat erom dat je de mogelijkheid voor een logische verklaring open laat. Je kunt je hersenen trainen om zich te onthouden van het plakken van die label: ‘onlogisch gedrag’. Daarmee geef je jezelf geen toestemming meer om af te haken. Je gaat dan door met luisteren naar wat de ander te vertellen heeft, en waarschijnlijk kom je vanzelf een of meerdere verklaringen tegen.
Wat voor onlogische standpunten en onlogisch gedrag geldt, geldt des te meer voor ‘onlogische’ reacties, omdat reacties per definitie door emoties en niet door logica worden gestuurd: meer hierover in een volgend artikel.
Let ook op de voorkeur voor een bepaalde eigenschap … en je zult zien dat logisch en onlogisch gedrag dichter bij elkaar staan dan je zou denken. Over het algemeen achten mensen iets belangrijk als ze het zelf bezitten, en daar paraderen ze dan ook graag mee. Mensen die een mooi gebit bezitten, lachen breder, opener en vaker (kijk toch maar weer naar die Máxima). Het wordt dan grappig, als je bijvoorbeeld je voorkeur voor het kunnen hanteren van ‘zuiver’ logisch denken aan hetzelfde onderzoek (eigenschap – angst – waarde) onderwerpt. Aan welke behoefte wil jij eigenlijk voldoen, op het moment dat je logica als je voornaamste troef verkiest en daarmee een thuiswedstrijd speelt? En in hoeverre verschil je daarin van ‘de meeste mensen’?
Tot slot. Wil je reageren op dit artikel? Bezoek dan mijn weblog: www.hoogbegaafd-online.nl
© Marina van Walsum 2009 |