De manier waarop je over hoogbegaafdheid denkt, bepaalt hoe je gezien wordt (juni 2009)

Een tijdje terug vroeg ik op mijn weblog om suggesties voor een nieuwe lijst iconen van hoogbegaafdheid. Bijna zes maanden later heb ik verschillende voorstellen ontvangen waaruit blijkt dat vooral slimme cabaretiers makkelijk als hoogbegaafden herkenbaar zijn. Een grote verbale vaardigheid, snelheid van denken en het kunnen integreren van informatie uit verschillende domeinen vallen andere hoogbegaafden het meeste op als gemeenschappelijke kenmerken.

Wat ik bijzonder betekenisvol vond (vanwege de consequenties) waren een paar reacties van mensen die schreven dat het samenstellen van zo’n lijst een onmogelijke taak is als je de respectievelijke IQ’s niet kent, en dat je niet zomaar mocht (en kon) gaan roepen dat iemand extra intelligent was.

Dat heeft me aan het denken gezet. Waarom zou het niet mogen of kunnen? Over het algemeen geven aardige mensen anderen geen label als dit beledigend is. Hoewel ik persoonlijk geen waardeoordeel heb over mijn intelligentie, lijkt het me bij het label hoogbegaafd niet reëel om aan een belediging te denken, net zo min als je iemand beledigt door te zeggen dat hij van tuinieren houdt. Deze eerste verklaring waarom het niet zou mogen, viel dus af.

Daarna moest ik denken aan een andere situatie waarbij je met je herkenning niet te koop loopt:
wanneer je vermoedt dat iemand een ernstige ziekte onder de leden heeft. Als je dan met een lotgenoot te maken hebt, zul je waarschijnlijk op een seintje van zijn kant wachten voordat je hem, zeker in het openbaar, in die hoedanigheid aanspreekt. Maar ook hierbij geloof ik niet dat het specifieke respect dat gepast is bij ernstige ziektes, ook voor hoge intelligentie geldt.

Of is het soms zo dat je 'hoogbegaafd' als een titel moet opvatten? Als een onderscheiding, iets wat je ad honorem iemand toekent na bewezen diensten en behaalde resultaten? In dat geval zou de term niet duiden op intelligentie als een gefundeerde werkelijkheid, maar meer op iets wat komt en gaat, net als een golf in de zee, afhankelijk van het al dan niet vergezeld gaan van een gelijkwaardige prestatie. Wat overigens zou inhouden dat good old Albert pas vanaf zijn zesendertigste (meen ik) bij vlagen slim zou zijn geweest. Tja…

Verder zoekend naar parallellen belandde ik zelfs bij het voorbeeld van het verzet in de Tweede Wereldoorlog. In die omstandigheden, bij de herkenning van iemand als jezelf kon je beter zwijgen in plaats van te gaan roepen: hij lijkt op mij. Net wanneer je een christen was, in het Rome van keizer Nero.

Misschien zorgen ook meer algemeen menselijke factoren ervoor dat sommigen er moeite mee hebben. Misschien heeft het te maken met zorgzaamheid voor de eigen groep of bescherming daarvan. Maar misschien ook met een drang naar revanche tegenover een onvriendelijke wereld, door het koesteren van die bewust verborgen gehouden gedachte wij zijn (toch lekker) slimmer…

Welke mogelijkheden kloppen en welke opties er nog meer zijn, kan iedereen voor zichzelf onderzoeken door zich af te vragen: is mijn houding in dezen hetzelfde als bij een ziekte (hoogbegaafdheid als vervloeking) of als bij een onderscheiding (‘pas ná bewezen prestatie’), of als bij verzet en martelaarschap (tegenover ‘de anderen’)?  Als je weet wat jouw motieven zijn, vergroot je je inzicht en daarmee je bewegingsvrijheid in de wereld.

Het is van belang om te weten wat de eigen motieven zijn: een zelfopgelegd verbod werkt maatschappelijk en persoonlijk door. Zolang je jezelf als een unicum beschouwt en niet als een onderdeel van een grote groep mensen, voed je het beeld van hoogbegaafden als zeldzaamheid en rariteit. Je draagt zelf bij aan het feit dat er geen begrip is voor de miljoenen varianten waarin hoge intelligentie zichzelf manifesteert. Je schept geen ruimte voor alles wat verder aanwezig is (jijzelf bijvoorbeeld) naast de dienstdoende Nobelprijswinnaar of de multimiljonair à la Richard Branson. Wat, ben jij hoogbegaafd?... Hoezo?

Het wordt anders als we meer ontspannen met het gegeven omgaan, te beginnen met de naam die we er aan geven
. Vandaar dat ik diep in mijn hart veruit de voorkeur geef aan de benaming 'extra intelligent' boven 'hoogbegaafd' (als ik niet te maken had met zoekmachines, die broodnodig zijn wil je weblog gelezen worden). Ik prefereer de toevoeging 'extra' omdat 'hoog' automatisch ook 'laag' impliceert, wat suggereert dat je denkt in termen van tegenstellingen en uitzonderingsposities, in plaats van varianten in een geschakeerde werkelijkheid. Een beetje zoals wit willen definiëren aan de hand van zwart en niet aan de hand van blauw, rood en geel.

Voor zover het ‘niet mogen’. Wat het ‘niet kunnen’ betreft, doe ik een beroep op de mooiste definitie van hoogbegaafdheid die ik ken. Zoals het geïntroduceerd is in het boek Hoogbegaafd. Dat zie je zó onder redactie van Maud Kooijman – van Thiel.

Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.

'Dat ben ik'… 'Hij lijkt op mij': zo eenvoudig zou het kunnen zijn. Hieronder een aantal stappen om meer helderheid te verkrijgen over je houding t.a.v. je intelligentie.

  1. Ga bij jezelf na of je karig bent met het uitdelen van dit label. Hoeveel hoogbegaafden kun je noemen zonder dat je hun IQ kent?
  2. Als het blijkt dat je karig bent, vraag jezelf af of een 'zelfopgelegd verbod' een rol hierin speelt. Komt het daardoor dat je de herkenning zonder IQ niet aandurft? Wat zijn jouw motieven?
  3. Gaat het om een verbod of om een onvermogen? Het laatste kan namelijk wijzen op het stadium waarin je jezelf bevindt in de ontwikkeling van je identiteit. Hoe verder je bent in de acceptatie van je uitzonderlijke kenmerken, hoe makkelijker het wordt om ze bij een ander feilloos te herkennen… Dat werd in het begin tegen mij gezegd, door mijn mentor. Hierbij geef ik het dankbaar door.

Tot slot: wees niet bezorgd om foute inschattingen te maken, mocht je 'collega’s' zoeken. Vertrouw op je associatief vermogen als je opnieuw naar je vrienden, je familie en oude leraren kijkt. Gebruik jezelf als vergelijkingsmateriaal. Je zult verrast worden. Het stikt van de hoogbegaafden.

© Marina van Walsum 2009